Alexandra van Dapperen
Ik voelde me bevoorrecht om met mijn vriendin uit Burundi door het Rijksmuseum te lopen en haar Rembrandt te laten zien´.
We leven in een klein land met veel mensen uit verschillende culturen naast elkaar en toch is het mogelijk om nauwelijks contact met elkaar te hebben. Ik wilde behalve mijn Franse buren en Russische vrienden graag mensen uit andere culturen ontmoeten. Ik hoopte wat voor ze te kunnen doen en ik verwachtte dat zo´n nieuwe kennismaking mijn leven als moeder en freelance vertaler zou verrijken. Ik hou van taal en van mensen en toen ik hoorde dat ik taalcoach kon worden voor Vluchtelingenwerk, heb ik mij opgegeven.
In oktober 2009 kreeg ik Ashura uit Burundi als cliënt. Nederlanders worden geroemd omdat ze buitenlandse talen spreken, maar voor Ashura is het Nederlands haar vierde vreemde taal. Een simpel feit dat er voor zorgt dat je het clichébeeld van hulpbehoevende vluchteling direct moet nuanceren.
Onze ontmoetingen begonnen met kleine gesprekjes om elkaar beter te leren kennen, maar al snel wilde Ashura met mij naar de bibliotheek. Het bezoek was voor haar een belangrijke, bijna officiële gebeurtenis. Ashura wilde dat ik haar achtjarige zoon Abbas en haar leerde hoe je een boek koos uit de talloze kasten. Ik moest vanuit het niets bedenken wat voor een achtjarige jongen die nog nauwelijks Nederlands kan lezen een goed boek zou zijn. Dinosauriërs vond hij maar niks en avonturenverhalen voor kinderen van zijn leeftijd, waren te moeilijk. Uiteindelijk kwamen we uit bij een boekje over verschillende sporten en een boek over bloemen in Nederland.
Ashura was van plan elke woensdagmiddag met Abbas naar de bibliotheek te gaan om hem te laten lezen in het bijzijn van zijn Nederlandse leeftijdgenootjes. Dit, zodat hij kon zien hoe zij dat doen. Nu, bijna vijf maanden later blijkt dat ze bijna elke woensdagmiddag naar de bibliotheek gaan. Het lezen van Abbas gaat dan ook goed vooruit.
Deze serieuze benadering van Nederland en de Nederlandse gewoonten laat zien hoe enthousiast en serieus Ashura haar best doet om haar weg te vinden in onze maatschappij. Haar positieve instelling inspireert. De bezoekjes aan Ashura geven mij altijd een blij gevoel omdat ik haar heb kunnen helpen en omdat ze zo hard werkt en de moed niet laat zakken.
Van gesprekken over Nederlandse en Burundese gebruiken stapten we snel over op het doornemen van struikelblokken in Ashura´s huiswerk voor Nederlandse taal. We doen extra oefeningen om bijvoorbeeld het correcte gebruik van "de" en "het" te oefenen. Ook de vorming van verkleinwoorden is niet altijd even eenvoudig. Maar Ashura maakt goede vorderingen en moest mij verbeteren omdat ik autootje als autotje had gespeld.
Voor kerstmis ben ik met haar naar het Rijksmuseum gegaan. Toen stond ik voor het portret dat Rembrandt van Maria Trip schilderde met mijn vriendin uit Burundi. Ik voelde me bevoorrecht haar Rembrandt te laten zien en ik was trots dat ik daar met mijn vriendin uit Burundi liep. Het portret van Maria Trip vond ze het mooist van alle schilderijen. Ze stond er lang naar te kijken en constateerde dat Rembrandt het beste van alle schilders die in die zaal van het museum hingen het licht kon weergeven. Mij is dat portret nu extra dierbaar.
|